10.000 ste kiemtest in onze zadenbank!

di 12 mrt.

Dinsdag 12 maart 2024 was de 10.000 ste kiemtest in de zadenbank een feit. Een medewerker van de zadenbank plaatste de zaden van Cyperus rubicundus, een soort cypergras, op een petrischaaltje met voedingsbodem agar bij een afwisselende temperatuur van 20/30°C en lichtregime 8/16 uur. Deze zaden zullen opgekweekt worden tot planten. Ze leveren zo DNA-materiaal leveren voor een moleculaire analyse.

Het nut van deze kiemtesten is tweeledig. Enerzijds is het belangrijk te weten wat het kiemings- en levensvatbaarheidspercentage is van de zaden die binnenkomen in de zadenbank. De zadenbank volgt deze percentages op in de tijd, om de invloed van de bewaring op de zaden na te gaan. Anderzijds zijn kiemtesten belangrijk voor de ontwikkeling van protocollen om zaden te laten kiemen. Voor sommige soorten is dit niet zo vanzelfsprekend omdat ze mechanismen hebben die verhinderen dat ze kiemen. Zulke zaden hebben een zogenaamde dormantie.

Bij het IZABEL-project (Inzamelen van ZAden van de BELgische flora) wordt er standaard een kiemtest gedaan wanneer er meer dan 500 zaden in een staalnamebeschikbaar zijn. Sinds het begin van het project (2021) zijn er al zo’n 540 kiemtesten uitgevoerd. Met deze baseline-info kennen we de levensvatbaarheid van onze zaden en kunnen we ze in de tijd monitoren. 

 

Sandrine Godefroid en Ann Van De Vyver voerden in 2019 (PDF) een interessante studie uit die het nut van kiemtesten aantoont. Ze testen de kieming van het zinkviooltje (Viola calaminaria). Dit viooltje is endemisch op een kleine oppervlakte dicht bij de grens tussen België, Duitsland en Nederland waar het groeit op stenige bodem rijk aan zware metalen. Zaden van 5 verschillende populaties werden onderworpen aan verschillende temperatuurregimes. De beste temperatuur voor de kieming bleek een afwisseling tussen 23°C en 9°C te zijn. Hierbij werd het hoogste kiemingspercentage (93%) bekomen en was de tijd tot kieming ook het korts (gemiddeld 41 dagen). Ze concludeerden dat de soort droogtetolerant is en dus kan bewaard worden in zadenbankcondities (= gedroogd tot 5% vochtgehalte en ingevroren bij -20°C). Met al deze informatie kunnen we de soort bewaren in onze zadenbank en met niet al te veel moeite tot kieming brengen.

Met de 10.000 kiemtesten in onze zadenbank hebben we reeds een grote schat aan informatie verzameld. Deze informatie werd voor een groot deel geüpload in de database van het European Native Seed Conservation Network (ENSCONET), het netwerk dat de Europese zadenbanken verenigt. Zo is deze vrij beschikbaar op internet en dragen we bij tot het verspreiden van wetenschappelijke kennis.

Literatuur 

Godefroid, Sandrine & Van de Vyver, Ann. (2020). Seed germination ecology of Viola calaminaria , an endangered metallophyte with a narrow distribution. Plant Species Biology. 35. 89-96. 10.1111/1442-1984.12259.