[Science News] – Breuken, labels en speurwerk: de verborgen hand van Giorgio Jan in het herbarium
Het herbarium van Heurck (AWH), bewaard in Plantentuin Meise, bevat duizenden specimens met etiketten waarop amper informatie staat: geen naam van de verzamelaar, geen datum, geen vindplaats. Dit is niet ongewoon bij herbaria uit de 18de en begin 19de eeuw.
Intensief speurwerk kan in sommige gevallen toch aan het licht brengen wie de verzamelaar is en/of waar en wanneer de planten verzameld zijn.
Een collectie van enkele honderden planten uit het deelherbarium F.W. Sieber bestaat uit specimens voorzien van een label waarop een getal in breukvorm staat. Sommige labels uit deze serie zijn later van een naam voorzien met een ander handschrift en andere inkt. Door vergelijking van de verschillende specimens is de betekenis van de cijfers makkelijk te achterhalen. Het getal van de teller staat voor een geslachtsnaam en het getal van de noemer voor een soortnaam. Maar wie is de verzamelaar? Eén plant voorzien van twee labels geeft hierop antwoord: Giorgio Jan (1791 - 1866).
Giorgio (ook Georg of Georges) Jan werd geboren in Wenen en had een brede interesse in planten, reptielen en paleontologie. Hij doceerde plantkunde aan de Universiteit van Parma en werd er directeur van de plantentuin. Later werkte hij in het Museo Civico di Storia Naturale te Milaan.
Jan publiceerde in 1820 vier herbaria: Flora Italiae superioris, Herbarium technico-georgicum, Herbarium toxico-medicum en Herbarium portatile.
Een deel van het herbarium Jan is voorzien van de oorspronkelijke gedrukte labels. Op andere exemplaren werd de tekst van het gedrukte exemplaar met de hand gekopieerd. Het grootste deel van de planten heeft echter als enige informatie de aanduiding in breukvorm.
Waar komen deze breuken vandaan? Het antwoord is te vinden in een catalogus met alle getallen in breukvorm en de respectievelijke plantennamen, die werd gepubliceerd in 1831 onder de naam: Elenchus plantarum quae in Horto Ducali Botanico Parmensi anno MDCCCXXVI coltunur : et quae exsiccatae pro mutua offeruntur commutation (‘Lijst van de planten die in het jaar 1826 in de hertogelijke botanische tuin van Parma werden gekweekt: en die, gedroogd, ter onderlinge uitwisseling worden aangeboden’).
Buiten Italië bezitten slechts enkele herbaria materiaal van Jan. De collectie Jan in Meise bevat 600-tal specimens, wat een uitzonderlijke wetenschappelijk en historische rijkdom vertegenwoordigt waar Plantentuin Meise trots op kan zijn.
![]() |
![]() |
|
Herbariumexemplaar enkel voorzien van de data in breukvorm 266/1: Komijn (Cuminum cyminum) |
Erica arborea (364/7) in de ‘Elenchus plantarum…’ |
![]() |
![]() |
|
Specimen dat toeliet om de verzamelaar te vinden. Op het handgeschreven etiket werd de naam van de plant later bijgeschreven. (De breuk is handschrift van Jan, de naam niet) |
Oorspronkelijk formaat van het Herbarium portatile uit 1820 (© Musei dell'Ateneo di Parma) |
![]() |
![]() |
|
Robertia apargioides Jan (mihi = van mij): Een nooit geldig gepubliceerde naam van een samengesteldbloemige uit de Apennijnen. (Handschrift Jan) |
Buste van Giorgio Jan in het Museo civico di storia naturale di Milano door Filippo Biganzoli (1823 - 1894) © Giovanni Dall'Orto. |

.jpg)
.jpg)
.jpg)

.jpg)