Eerste spadesteek nieuw ingangsgebouw is een feit!

Plantentuin transformeert tot topattractie en referentiepunt



[Meise, 18/03/19] In de Plantentuin zijn de werken gestart voor een nieuw serrecomplex van 7.100 m² en twee gloednieuwe onthaalgebouwen. Dat is de volgende grote stap van het Masterplan van de Vlaamse Overheid, die meer dan 103 miljoen euro investeert in een geweldige transformatie. Voor deze fase is er een investeringsbedrag van 28 miljoen euro voorzien. Tegen 2026 moet Plantentuin Meise uitgroeien tot een toeristische topattractie en een wetenschappelijke referentie van wereldformaat.

Vlaams minister van Toerisme en een vertegenwoordiger van Vlaams minister van Innovatie hebben de eerste spadesteek in de grond gestoken voor grootschalige werken die Plantentuin Meise zullen transformeren tot een toeristische topattractie en een wetenschappelijke referentie met internationale uitstraling.

De toeristische ontsluiting van de Plantentuin wordt versterkt met de bouw van twee gloednieuwe ingangsgebouwen. De twee bestaande onthaalinfrastructuren (de Hoofdingang aan de Nieuwelaan en de Ingang Meise-Dorp) zijn ondermaats en ongeschikt om een groot en internationaal publiek welkom te heten. Aan de Hoofdingang komt nu een ontvangstplein en een onthaalgebouw, met plaats voor ticketverkoop, een verkooppunt, sanitair en kantoren voor medewerkers. Ook aan de ingang Meise-Dorp komt een ontvangstplein en een onthaalgebouw, met plaats voor ticketverkoop, een klein verkooppunt, sanitair en een conciërgewoning. Zo wordt de ingang Meise-Dorp klaargestoomd voor de komst van alle bezoekers die met de toekomstige sneltram naar de Plantentuin komen.

De wetenschappelijke uitstraling van de Plantentuin krijgt dan weer extra glans met de bouw van ‘de Groene Ark’: een gloednieuw serrecomplex van 7.100 m², inclusief een polyvalente ruimte waar het wetenschappelijk werk van de Plantentuin gedemonstreerd wordt. Het nieuwe serrecomplex vormt de perfecte aanvulling op de twee bestaande serrecomplexen, die momenteel niet toegankelijk zijn voor het publiek. In 40 onderling verbonden kassen worden nu ± 9 000 plantensoorten, waarvan een groot aantal bedreigde, bewaard en opgekweekt en worden de onderzoeks- en oranjeriecollecties gehuisvest.
Het dienstgebouw (dat aan de serres grenst) wordt ook gerenoveerd om de thuis te worden van de zadenbank en de kantoren van de onderzoekers.

De transformatie van de Plantentuin omvat bovendien de restauratie van De Vlaamse Hoeve. De 19de eeuwse kasteelboerderij behoudt haar historische karakter, maar krijgt in de toekomst 3 functies: een gastenverblijf voor buitenlandse onderzoekers, een bijkomende conciërgewoning en een polyvalente ruimte.

“Met Plantentuin Meise beschikt Vlaanderen over een verborgen wetenschappelijke parel. Dankzij deze investeringen zal de Plantentuin zowel nationaal als internationaal zijn rol kunnen blijven opnemen voor de bescherming van plantensoorten wereldwijd”, zegt Vlaams minister van Innovatie. “We laten de Plantentuin uitgroeien tot een bezoekersattractie van wereldklasse”, zegt de minister van Toerisme en Vlaamse Rand. “Amper een paar jaar geleden stond onze prachtige Plantentuin nog te verkommeren als een verwaarloosde federale instelling. Nu geeft Vlaanderen de Plantentuin van Meise een nieuwe toekomst. Dit wordt meer dan ooit een parel van de Vlaamse Rand.”

Alle werken gebeuren samen met het Agentschap Facilitair Bedrijf en in overleg met het Agentschap Onroerend Erfgoed en het Agentschap Natuur en Bos. Zo werd in onderling overleg met deze Vlaamse Agentschappen beslist om 11 oorspronkelijke beuken te vervangen door de aanplanting van 48 watercipressen of Metasequoia glyptostroboides. Grootschalige werken aan een erfgoedparel zoals de Plantentuin moeten omzichtig gebeuren. Zo moet de Eredreef volledig opengebroken worden voor rioleringswerken en uitgebreide werken aan nutsvoorzieningen, maar dit soort historische dreven hebben een grote cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische waarde. Het is daarom belangrijk om het historische karakter van deze verbinding tussen de ingang en de kasteelzone te behouden.