Wilt u niet langer Musa ontvangen, klik hier en schrijf het woord
nr. 53, lente 2018

Nieuws uit de Plantentuin

Niet te missen

Plant in de kijker

De Tuinwinkel

Er groeit iets in Meise!
Musa is de wetenschappelijke naam van de bananenplant.

  • Amorphophallus titanum

In augustus 2008 bloeide de reuzenaronskelk voor de eerste keer in Plantentuin Meise en bereikte toen een hoogte van 156 cm. Normaal gezien bloeit een indiviuele plant maar om de paar jaar maar omdat de Plantentuin meerdere exemplaren bezit, hebben we het geluk dat we meer dan gehoopt al van dit prachtige spektakel konden genieten. Want het blijft een uitzonderlijke gebeurtenis. Jullie herinneren jullie misschien nog wel dat we in april van vorig jaar een bestuiving probeerden bij de dubbele bloei? Deze bestuiving was een groot succes en leidde tot veel jonge reuzenaronskelkplantjes, zoals jullie kunnen zien in de volgende video (link). In februari 2018 verraste een nieuwe bloei ons! Want op 16 februari, in het midden van de krokusvakantie, opende de grootste ‘bloem’ ter wereld zich opnieuw. De Amorphophallus titanum, ‘stinkbloem’ of ‘reuzenfallus’, zoals ze ook nog genoemd wordt, is een bedreigde en met uitsterven bedreigde plant, afkomstig uit de tropische regenwouden van Sumatra. De plant doet zijn naam alle eer aan want sommige kunnen een hoogte bereiken van meer dan 3 meter. Deze keer was het echter een kleintje van 145 cm hoog. Dit in tegenstelling tot de ‘bloem’ die in 2013 bloeide en 244 cm mat! De bloei van de reuzenaronskelk duurt maximum drie dagen. Het publiek kan dan genieten van het uitzonderlijke visuele en geurspektakel. Vooral de eerste avond verspreidt de geur van rottend vlees zich door de warme en vochtige lucht van de tropische serre. Plantentuin Meise opende ook deze keer twee avonden zijn deuren voor het publiek zodat iedereen de kans kreeg om te genieten van deze uitzonderlijke bloei van korte duur. De pers besteedde ook deze keer veel aandacht aan de gebeurtenis en bracht zo 3785 bezoekers op de been.

  • Planten in een wereld van verandering

Wereldwijd is onze omgeving aan het veranderen: het klimaat warmt op, er doen zich meer en meer extreme weerfenomenen voor, menselijke activiteiten hebben de geochemische nutriëntencycli beïnvloed, en door gewijzigd landgebruik fragmenteren of verdwijnen leefgebieden. Hoe zullen planten zich hieraan aanpassen? Hoe kunnen we met uitsterven bedreigde diersoorten behouden en hoe kunnen we het beheer van plantengemeenschappen aanpassen? Deze en nog veel meer vragen werden gesteld op de vierde jaarlijkse bijeenkomst rond ecologie en evolutie van planten (Annual Meeting on Plant Ecology and Evolution, AMPEE) die plaatsvond in Plantentuin Meise op 23 maart 2018, op initiatief van de Koninklijk Belgische Botanische Vereniging en ons eigen instituut. Het thema van dit jaar betrof “Planten in een wereld van verandering”. De openingslezingen van Daniel Kissling (professor verbonden met het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica (IBED), Universiteit van Amsterdam) en Sandrine Godefroid (Plantentuin Meise) werden erg gesmaakt. De presentaties behandelden een waaier van onderzoeksresultaten gaande van het globale tot het microscopische niveau, op tijdschalen van millenia tot minuten en van gematigde graslanden tot tropische wouden. De prijs voor de beste poster op basis van ontwerp, helderheid en originaliteit werd toegekend aan Eske De Crop, van UGent.


  • Emiel Van Rompaeyprijs 2017

Plantkundige Emiel Van Rompaey (1895 - 1975) was een van de pioniers van het floristische onderzoek in België. Op initiatief van zijn zus Irma, werd halfweg de jaren tachtig een fonds opgericht in de Plantentuin, dat om de twee jaar een prijs uitreikt om het floristisch werk in ons land te belonen. De jongste prijsuitreiking vond plaats op 23 maart in het kasteel van de Plantentuin. De prijs ging naar de makers van de ‘Veldgids, wilde planten van de Benelux’. Dit prachtige werk uit 2016 werd gepubliceerd in drie talen en is het resultaat van het lange-termijnwerk van Fabienne Van Rossum en wijlen Ruud van der Meijden (†), de twee botanisten die het werk coördineerden en de teksten schreven. De meer dan 5000 foto’s van een uitzonderlijke kwalteit zijn van de hand van Maarten Strack van Schijndel. Deze visuele veldgids vult een gat in de vraag naar een werk meer op het grote publiek gericht dan de meer wetenschappelijke flora’s voor de specialisten. Bovendien is het werk ook het eerste in zijn soort dat de info voor de drie Beneluxlanden samenbrengt.

  • DoeDat, een update

Afgelopen herfst kondigden we het initiatief rond burgerparticipatie 'DoeDat' aan. We riepen daarbij iedereen op om ons te helpen bij het digitaliseren van onze collecties door de info van de herbariumetiketten te ontcijferen en over te brengen in een database. Het uiteindelijk doel is om onze collecties online te delen en toegankelijker en zichtbaar te maken. Tijdens de eerste fase van het DOE-project hebben we van 1,2 miljoen Afrikaanse en Belgische herbariumexemplaren een digitale scan gemaakt (zie Musa nr. 46). Het digitaliseren van de etiketgegevens is nu aan de gang. De etiketten bevatten immers een schat aan informatie voor wetenschappers die planten bestuderen. Momenteel werken vrijwilligers aan de Belgische collectie, 200 000 stuks, die de afgelopen 200 jaar werden verzameld. Maar het platform blijft groeien. Regelmatig worden nieuwe deelprojecten toegevoegd zoals thematische herbaria van verschillende families (Pinaceae, Betulaceae, Crassulaceae ...); het gallenherbarium (op verzoek van de Belgian gall society) en beelden van de camaraval die de dieren van de Plantentuin fotografeert. Binnenkort wordt ook het rozenherbarium van François Crépin toegevoegd (op verzoek van de World Federation of Rose Societies) en de Belgische herbariumspecimens van het geslacht havikskruid (Hieracium) op verzoek van een van onze wetenschappers.
Meer info: doedat.be

  • BigPicnic

Op 20 maart organiseerde Plantentuin Meise in samenwerking met het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika de workshop ‘Insects for food, feed and food security’. Dit initiatief kadert in het BigPicnic project, een Europees project rond voedselzekerheid. Plantentuin Meise is één van de 19 partners van dit project. De workshop bracht een 45-tal geïnteresseerden met sterk uiteenlopende achtergrond bij elkaar: medewerkers van het Museum voor Midden-Afrika, van Plantentuin Meise en van het FAVV, doctoraatsstudenten van diverse hogescholen en universiteiten, insectenkwekers, beleidsmakers op Europees niveau, mensen van de Afrikaanse diaspora gemeenschap en van ngo’s rond ontwikkelingssamenwerking en natuurbehoud. Medewerkers van het FAVV en het CRA-W lichtten de wetgeving rond insecten in menselijke voeding en technieken voor het herkennen van insectenmeel in dierenvoeding toe. Patricia Mergen (KMMA en Plantentuin Meise) presenteerde de projecten van het KMMA rond eetbare insecten in Afrika. Vanuit Plantentuin Meise werden verschillende activiteiten voorgesteld die rond eetbare insecten in het kader van het BigPicnic project plaatsvonden. Tijdens een wetenschapscafé discussiëerden de aanwezigen over verschillende stellingen rond entomofagie in Europa en Afrika. Er werden een aantal vragen en aanbevelingen geformuleerd naar wetenschappers en beleidsmakers. Deze zullen op Europees niveau gerapporteerd worden in het kader van RRI (Responsible Research and Innovation).
Volgende activiteiten

  • Onze reservatiedienst vindt eigenaars gevonden ring

Zoals steeds stelt de Plantentuin alles in het werk om zijn bezoekers tevreden en gelukkig te maken. Hier volgt een voorbeeld van een sterk staaltje speurwerk waarbij twee van de meer dan 2.600 jaarkaarthouders in vervoering werden gebracht. Op 19 januari werd er bij de wachters een gevonden gouden ring als verloren voorwerp binnengebracht. In de ring stond een inscriptie ingegraveerd; twee voornamen en een jaartal. In de wetenschap dat bezoekers telefonisch contact opnemen met de Plantentuin in geval van verlies van een voorwerp, werd eveneens onze reservatiedienst op de hoogte gebracht. Die zette zich aan het denken en probeerde een match te vinden in de database van duizenden adressen met actieve en niet meer actieve jaarkaarthouders. Omdat de voornaam van mevrouw (Marcella) vrij ongebruikelijk was werd hiermee gestart en werden er een tiental hits gevonden. Eén voor één werden deze adressen gecheckt of er iemand op eenzelfde adres woonde die correspondeerde met de voornaam van de man (Roger). En ja hoor … kón dit echt waar zijn ? Het koppel werd gecontacteerd en gevraagd of het kon dat zij onlangs iets waardevols verloren hadden. Toen zij bevestigend antwoordden dat het om hun trouwring ging die zij in oktober verloren hadden en het juiste jaartal van de inscriptie konden zeggen wisten we dus zeker dat het hun trouwring was. Diezelfde dag nog kwamen twee héééél gelukkige mensen hun huwelijksring afhalen.

Musa is de wetenschappelijke naam van de bananenplant.

Musa is de wetenschappelijke naam van de bananenplant.

  • Stinzenplanten

De Plantentuin is tachtig jaar geleden vanuit hartje Brussel naar Meise verhuisd. Het Domein van Bouchout, zoals de plek waar de Plantentuin zijn nieuwe onderkomen vond officieel heet, bood met zijn 92 ha immers voldoende ruimte om de plantencollecties onder te brengen. Dat Domein van Bouchout had toen al een lange geschiedenis achter de rug die teruggaat tot de 12e eeuw. Typisch voor het Domein van Bouchout waren en zijn de enorme tapijten sneeuwklokjes (Galanthus nivalis), bosanemonen (Anemone nemorosa) en daslook (Allium ursinum). Ze kleuren de bosbodem van het vroege tot het late voorjaar wit. Hoe ze er gekomen zijn, kan niemand met zekerheid zeggen. De bosanemoontjes en het daslook kunnen er vanzelf zijn gekomen. Het zijn inheemse planten die ook in de bossen in de wijde omgeving voorkomen. Sneeuwklokjes is een ander verhaal want dit liefelijke bolgewasje is eigenlijk niet inheems. Het sneeuwklokje werd uit Zuid-Europa ingevoerd en aangeplant in kasteeldomeinen en is zo stilaan sinds de 18e eeuw in onze flora ingeburgerd geraakt. We noemen planten met een soortgelijk verhaal stinzenplanten. Vaak bolgewassen die in het vroege voorjaar bloeien en die wellicht door de kruisvaarders uit Turkije werden meegebracht in de middeleeuwen om hun kasteeldomeinen te verfraaien. Er werd in die tijd veel geruild, waardoor deze stinzenplanten goed verspreid zijn geraakt in de Lage Landen. Ook speelden, in de periode na de middeleeuwen, botanici zoals Clusius een rol bij het verder introduceren en verspreiden van bolgewassen uit Zuid-Europa. Het mooie aan stinzenplanten is dat ze zich binnen het kasteeldomein zijn gaan handhaven en een natuurlijk uitzicht geven, hetgeen we ‘verwilderen’ noemen. Het nadeel ervan is dat plantkundigen soms het spoor kwijt zijn over wat natuurlijk is en wat ooit werd aangeplant. Neem nu de gevlekte aronskelk (Arum maculatum) en zijn neefje met witgemarmerde bladeren, de Italiaanse aronskelk (A. italicum). Beide groeien in de Plantentuin, maar van de eerste denken we dat hij natuurlijk is, van de tweede dat het een stinzenplant is. Ook de salomonszegel (Polygonatum multiflorum), de wilde narcis (Narcissus pseudonarcissus) en de boshyacint (Hyacinthoides non-scripta) zijn zo’n twijfelgevallen omdat ze ook van nature voorkomen in de bossen in de streek, maar dat maakt ze niet minder mooi..

Musa is de wetenschappelijke naam van de bananenplant.

  • Lentezaadjes

De lente is officieel terug in het land. Hoog tijd om de eenjarigen te zaaien, die binnenkort je tuin zullen opfleuren. De Tuinwinkel biedt een nieuw assortiment van originele soorten en variëteiten aan, die je kan zaaien vanaf midden maart: Papaver rhoeas ‘Mother of Pearl’, Nemophila maculata ‘Firespot’, Nigella damascena ‘Albion Black Pod’, Setaria italica ‘Red Jewel’…
Prijs: 4 
per zakje

Te koop in de Tuinwinkel.

  • Nestkastjes

Wat zou de tuin zijn zonder vogels? Ze houden de insecten in toom die je planten belagen en bovendien dringt hun vrolijke lentezang door tot in elke huiskamer. De lente is het ideale moment om deze zangers te verrassen met een mooi nestkastje. De Tuinwinkel heeft een ruim assortiment nestkastjes, niet enkel  voor verschillende tuinvogels (mezen, roodborstjes, zwarte roodstaart …), maar ook voor vleermuizen.
Prijs: van 15 tot 25 €.

Te koop in de Tuinwinkel.

Alleen in de Tuinwinkel vind je het betere tuinboek!

The place to be voor plantenliefhebbers!

Musa is de wetenschappelijke naam van de bananenplant.

Uitgever
Plantentuin Meise

Musa komt tot stand binnen de Afdeling Museologie en Educatie:

Voor dit nummer werden teksten aangeleverd of vertaald door Patrick Bockstael, Koen Es, Sandrine Godefroid, Quentin Groom, Franck Hidvégi, Jutta Kleber, Manon Van Hoye.

Eindredacteur
Koen Es

Foto's

Plantentuin Meise.

Wilt u Musa ook ontvangen, klik hier.


Voor bezoekersinformatie klik hier.

Plantentuin Meise
Domein van Bouchout
Nieuwelaan 38
1860 MEISE

02 260 09 70
info@plantentuinmeise.be



Wilt u niet langer Musa ontvangen, klik en schrijf het woord unsubscribe in je mailbericht.